Begin juli werd Aldo benoemd tot nieuwe voorzitter van Stichting BLEI. Als geen ander weet hij dat er forse opgaven liggen in de Nederlandse infrastructuur. Dat vraagt om een nieuwe rol van BLEI. “BLEI moet een strategische versneller zijn van voldoende én aantoonbaar vakbekwame mensen voor de grote opgaven waar we voor staan.”
“De energietransitie, de uitbreiding en verzwaring van elektriciteitsnetten, de vervanging van infrastructuur en de opgaven rond drinkwater vragen om veel extra uitvoeringscapaciteit”, constateert Aldo aan het begin van het gesprek. “Plannen, investeringsbudgetten en techniek zijn noodzakelijk, maar uiteindelijk bepalen beschikbare en goed opgeleide vakmensen het tempo waarin we deze opgaven kunnen realiseren.”
Vakmanschap als strategische voorwaarde
Voor hem is de praktijk van de ondergrondse infrastructuur bekend terrein. “Vanuit mijn bestuurlijke rollen en mijn betrokkenheid bij aannemers, opdrachtgevers, netbeheerders en waterbedrijven zie ik dagelijks zowel de omvang van de investeringsopgave als de druk op de beschikbare uitvoeringscapaciteit.” Opleiding en ontwikkeling ziet hij dan ook niet als een losstaand onderwijsdossier. “Vakmanschap is een strategische randvoorwaarde voor het realiseren van de opgaven die we met elkaar hebben.”
De arbeidsmarkt wordt volgens Aldo steeds bepalender voor het tempo waarin projecten kunnen worden uitgevoerd. “De sector moet daarom niet alleen kijken naar hoeveel werk er de komende jaren ligt, maar vooral naar de vraag wie dat werk gaat uitvoeren en hoe we die mensen op tijd vakbekwaam krijgen. Human capital moet op hetzelfde strategische niveau worden behandeld als investeringen, materiaal, vergunningen, innovatie en programmering.”
Duizenden nieuwe vakmensen nodig
Om alle opgaven te realiseren, zijn niet honderden maar duizenden nieuwe vakkrachten nodig, constateert hij. “Dan is de reguliere instroom vanuit het beroepsonderwijs alleen niet voldoende. Ook zij-instroom vanuit andere sectoren, het aantrekken van nieuwe doelgroepen zoals statushouders en het bij- en opscholen van huidige werknemers zijn nodig. Het gaat dus om de ontwikkeling van vakmensen gedurende hun hele loopbaan.”
Meer mensen opleiden mag daarbij nooit betekenen dat de lat voor vakmanschap en veiligheid lager komt te liggen. “De versnelling moet worden gevonden in slimmere leerwegen, een betere aansluiting op bestaande competenties, modulair opleiden en een efficiënte route naar aantoonbare vakbekwaamheid. Versnellen betekent niet minder eisen stellen, maar slimmer organiseren hoe iemand aantoonbaar vakbekwaam wordt.”
Samenwerking in de hele keten
Volgens Aldo ontstaat de grootste winst wanneer instroom, opleiding, praktijkervaring, toetsing en inzetbaarheid als één keten worden georganiseerd. “BLEI, CKB, werkgevers, opdrachtgevers, netbeheerders, waterleidingbedrijven en onderwijsinstellingen hebben daarin ieder een eigen rol. Maar het is van belang om wel gezamenlijk vanuit dezelfde arbeidsmarkt- en vakmanschapsopgave te werken.” Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat een sollicitant qua profiel niet helemaal bij een netbeheerder past, maar wél bij een aannemer. “Dan zou het zonde zijn als we die potentiële kandidaat laten gaan.”
“Geen enkele partij kan de arbeidsmarktopgave zelfstandig oplossen”, benadrukt Aldo. “De kracht van BLEI ligt juist in het verbinden van onderwijs, aannemers, brancheorganisaties, netbeheerders en andere opdrachtgevers rond een gezamenlijke standaard en ambitie.” Daarbij hoort ook dat BLEI vooruitkijkt: welke vakmensen, vaardigheden en opleidingsvormen zijn over drie, vijf of tien jaar nodig? “BLEI moet niet alleen reageren op de huidige vraag, maar helpen anticiperen op de toekomstige uitvoeringsopgave.”
“Het is mijn ambitie om, samen met het huidige bestuur en de directeur Yolande van Doornspeek, BLEI te laten uitgroeien tot hét landelijke platform voor vakmanschap in de infratechniek”, vervolgt hij. “Een plek waar onderwijs, aannemers en opdrachtgevers samen bepalen welke vakmensen Nederland nodig heeft, waar we nieuwe doelgroepen sneller toegang geven tot ons vak en waar we tegelijkertijd vasthouden aan kwaliteit en veiligheid. Want uiteindelijk wordt de energietransitie niet op papier gerealiseerd, maar door vakmensen buiten.”
Nieuwe route voor zij-instroom
Met de nieuwe zij-instroomroute die BLEI samen met CKB heeft opgezet, is volgens Aldo een belangrijke eerste stap gezet. Werknemers uit andere sectoren die al over bepaalde basisvaardigheden beschikken, hoeven daardoor niet automatisch een volledige mbo-opleiding te volgen. “Op basis van een instroomtoets wordt bepaald welke aanvullende scholing nodig is.” Zowel BLEI als CKB hebben hiervoor vanuit hun eigen financiële middelen geïnvesteerd. “Daarbij is flink ingeboet op het eigen vermogen van beide stichtingen”, aldus Aldo.
Digitaal Opleidings Portfolio
“Ook de ontwikkeling van het DOP, het Digitaal Opleidings Portfolio, vraagt een behoorlijke investering van BLEI.” Volgens Aldo is het daarom belangrijk om samen met de ketenpartners te kijken naar een toekomstbestendige financiële structuur. “Dit soort ontwikkelingen vraagt om grote investeringen. Dat mag niet ten koste gaan van de financiële stabiliteit en reserves van beide stichtingen.”
“Ik heb veel zin om de komende jaren als voorzitter van BLEI aan de slag te gaan”, besluit Aldo het gesprek. “Met dertig jaar ervaring in de aannemerij en mijn brede netwerk bij alle stakeholders past deze rol uitstekend. Samen met het bestuur en directeur Yolande van Doornspeek geef ik graag richting aan de nieuwe koers van BLEI.”